DNA-onderzoek moet mysterie rond skeletten uit waterput in Velzeke oplossen
- Lucas Haegeman
- 27 nov 2025
- 2 minuten om te lezen

In Velzeke, een deelgemeente van Zottegem, hopen archeologen een oud raadsel te ontcijferen. Twee skeletten die eind jaren tachtig werden ontdekt in een eeuwenoude waterput, geven tot vandaag hun geheimen niet prijs. Waren de mannen Romeinen? Of leefden ze in de vroege middeleeuwen? Een nieuw DNA-onderzoek moet eindelijk duidelijkheid brengen.
De waterput langs de Provinciebaan werd destijds met veel enthousiasme blootgelegd, maar de grootste verrassing volgde pas later. “Tijdens het uitgraven van de verschillende lagen stootten we plots op twee volledig intacte skeletten,” vertelt Kurt Braeckman, conservator van het Archeocentrum Velzeke. “Dat is uitzonderlijk, want uit de laat-Romeinse en vroegmiddeleeuwse – of Merovingische – periode zijn nauwelijks skeletten bewaard gebleven.”
Zeldzame vondst uit weinig gekende periode
De Merovingische periode (ca. 450–750 n.Chr.) vormt de scharnier tussen het uiteenvallende Romeinse Rijk en het begin van de middeleeuwen. Door invallen, volksverhuizingen en een mix van Gallo-Romeinse en Germaanse invloeden is het een tijdvak waarin veel onduidelijk blijft. “Mensen werden toen vaak gecremeerd,” legt Braeckman uit. “Begraven lichamen zijn in onze zand- en leemgronden bovendien slecht bewaard. Dat maakt deze vondst zo bijzonder.”
Doelbewust onder water gehouden
De omstandigheden waarin de skeletten werden teruggevonden, roepen nog meer vragen op. Beide lichamen lagen onder een zware laag stenen. "Dat was duidelijk bedoeld om ze onder water te houden," zegt Braeckman. “Waarom precies, weten we niet. Het maakt het mysterie alleen maar groter.”
DNA als sleutel tot het verleden
De hoop is nu gevestigd op nieuw wetenschappelijk onderzoek. Archeologen van de KU Leuven en het Laboratorium Menselijke Genetische Genealogie voeren een uitgebreide DNA-analyse uit op het gebit van de twee mannen. Via 14C-datering en de studie van oud DNA willen zij een reeks vragen beantwoorden.
“We weten al dat één man tussen 18 en 25 jaar oud was, en de andere rond de 35,” aldus Braeckman. “Maar waren het locals of kwamen ze van ver? Waren ze familie? Hoe leefden ze, wat aten ze, welke ziektes hadden ze? DNA kan ons ongelofelijk veel vertellen.”
Op zoek naar identiteit en achtergrond
De tanden bevatten vaak nog uitstekend genetisch materiaal, zelfs na vele eeuwen. Dat maakt de kans groot dat de onderzoekers binnenkort kunnen achterhalen wie de mannen waren, hoe hun leven eruitzag en hoe ze uiteindelijk in de waterput belandden.
“Het blijft een van de meest intrigerende vondsten in Velzeke,” besluit Braeckman. “Hopelijk helpt dit onderzoek ons een stukje vergeten geschiedenis terug tot leven te brengen.”



Opmerkingen